Samenvattingen

Hoofdstuk 8

Methoden kunnen in combinatie met objecten worden gebruikt. Dit hoeft echter niet; je kan zelf je eigen methode maken. Dit doe je door er accolades omheen te zetten en het geheel een naam te geven. Door een bepaalde handeling in een methode onder te brengen heb je een aparte taak van het programma ondergebracht in een apart stukje met een eigen naam.

Je kunt ook flexibele objecten maken door de variabelen van een methode variabel te maken. Zo verander je bijvoorbeeld (100, 80, 20, 20) in (x, y, lengte, breedte). Door een methode aan te roepen met steeds andere waarden voor de argumenten x, y, lengte en breedte krijg je steeds objecten met andere grootte of op andere plekken.

Er is ook een methode Math.random(), die altijd een waarde tussen 0.0 en 1.0 levert, waarbij 1.0 zelf nooit voorkomt. Hiermee kan je bijvoorbeeld een dobbelsteen-effect krijgen.