Samenvattingen
Hoofdstuk 5
Als je getallen om mee te rekenen wilt invoeren, moet je de getallen eerst omzetten. De inhoud van een tekstvak is voor Java altijd een string. Dit omzetten doe je met de volgende code:
String invoerstring; int getal; // ... invoerstring = invoervak.getText(); getal = Integer.parseInt(invoerstring);
Het omzetten van een string naar double gaat bijna hetzelfde, maar dan gebruik je: getal = Double.parseDouble(invoerstring); Lokale variabelen zijn variabelen die je niet boven in de applet declareert, maar vlak na de eerste openingsaccolade van een methode. Een lokale variabele kan je uitsluitend gebruiken vanaf de plaats waar hij gedeclareerd is tot aan de sluitaccolade van de body waarin de declaratie staat.
Variabelen die je wel boven in de applet declareert, zijn zogenoemde objectvariabelen. Het klikken op een knop is een event, net als het indrukken van "Enter" in een invoerveld. Door deze event op te vangen kun je de applet ook hierop laten reageren. Een tekstvak kan je leegmaken door een lege string in het tekstvak te zetten. Dit doe je zo: invoervak.setText("");